2
Flexibilisering
Autofabrikanten blijven zich constant vernieuwen. Smaken veranderen, overheden willen zuinigere en
schonere motoren. Beter, mooier, sneller, zuiniger, veiliger; het zijn drijvende factoren voor een nooit
aflatende stroom nieuwe technieken en modellen.
Voor dit moment is het een zo compleet mogelijk overzicht, maar deze editie van Alle Auto's is net als
de vele voorgaande uitgaven niet meer dan een momentopname.
Een van de interessante ontwikkelingen betreft platforms, zeg maar het technische hart van de auto.
Flexibilisering dankzij nieuwe productiemethoden maakt platforms steeds geschikter voor meerdere
modellen. Dat scheelt ontwikkelingskosten.
Die trend zet door. Neem Renault-Nissan: de Frans-Japanse alliantie gebruikt het platform X85 nu
al voor zes modellen. In 2010 werden op dit platform 2,6 miljoen voertuigen gebouwd, PriceWater-
houseCoopers voorspelt een stijging tot 3,8 miljoen stuks in 2015. In dat jaar bouwt Volkswagen 3,6
miljoen auto's op het zogenoemde MQB-platform (staat voor Modularer Querbaukasten). Dat is in 2018
de basis voor ongeveer veertig modellen van Volkswagen, Audi, Seat en Skoda. Toyota bouwt op zijn
MC-platform in 2015 3,4 miljoen auto's als de Auris, de Corolla en de RAV4. Ford bouwt dan 3 miljoen
auto's op het platform C1 (Focus), Hyundai-Kia 2,8 miljoen op het HD Platform (Hyundai ix35, Kia
Sportage). Fiat zal er 2,5 miljoen bouwen op basis van het platform dat simpelweg Small is genoemd.
General Motors volgt de trend: werden in 2010 nog `maar' 344.000 auto's als de Opel Corsa gebouwd
op het Global Small Platform, in 2015 zullen dat er al 2,3 miljoen zijn. Of dat tot eenheidsworst zal
leiden? Nee, er ligt een schone taak voor de designers en de ontwerpers. De technische basis mag dan
gelijk zijn, hun creativiteit zorgt voor de verschillen. En natuurlijk bepalen motorisering en afstelling ook
het karakter van de diverse modellen. De verschillen blijven. Het blijft leuk om jaarlijks een autoboek
samen te stellen. Veel leesplezier!
Henri Stolwijk
Hoofdredacteur